Waarderingsbegrippen
Het waarderen van een onderneming vraagt niet alleen financiële expertise, maar ook inzicht in de vele termen en methoden die bij dit proces komen kijken. Of je nu investeerder, ondernemer of adviseur bent: deze uitgebreide begrippenlijst biedt een helder overzicht van alle relevante concepten binnen bedrijfswaardering. Van fundamentele methodes zoals DCF en multiples tot specifieke termen rond equity, dealstructuren, risico, fundraising en investeringsbeheer — elk begrip wordt uitgelegd in begrijpelijke taal, met aandacht voor de Belgische context. Deze pagina is jouw naslagwerk om met vertrouwen waarderingen te begrijpen, op te bouwen of kritisch te evalueren.
Waardering
Alpha: Zie ondernemingsspecifiek risico voor de definitie van Alpha.
Beta: Een maatstaf voor systematisch risico; de mate waarin de koers van een aandeel meebeweegt met veranderingen in een specifieke index.
Capital Asset Pricing Model (CAPM): Het Capital Asset Pricing Model is het meest gebruikte model om de kost van eigen vermogen te berekenen op basis van risico en rendement.
Covariantie: Een statistische maatstaf die de gezamenlijke variatie van twee willekeurige variabelen meet over dezelfde tijdsperiode.
Disconteringsvoet (Discount Rate): Het percentage dat wordt gebruikt om de contante waarde van toekomstige kasstromen te berekenen.
Diversifieerbaar risico: Zie ondernemingsspecifiek risico.
EV/EBIT: De ondernemingswaarde gedeeld door de winst vóór rente en belastingen (EBIT).
EV/EBITDA: De ondernemingswaarde gedeeld door de winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie (EBITDA).
EV/Omzet (EV/Sales): De ondernemingswaarde gedeeld door de omzet (ook wel inkomsten of opbrengsten genoemd).
Ondernemingsspecifiek risico (Firm-specific Risk): Ook wel niet-systematisch risico, specifiek risico, diversifieerbaar risico of alpha genoemd. Omvat risico’s verbonden aan het management, de operaties, projecten, producten of winstgevendheid van een specifieke onderneming.
Vrije kasstromen naar eigen vermogen (Free Cash Flows to Equity): De kasstroom die beschikbaar is voor uitkering aan aandeelhouders. Bij gelijkblijvende netto-schulden: vrije kasstromen naar het bedrijf – rentelasten × (1 – belastingtarief).
Vrije kasstromen naar het bedrijf (Free Cash Flows to the Firm): De kasstroom beschikbaar voor alle vermogensverschaffers (schuldeisers én aandeelhouders).
Formule: EBIT × (1 – belastingtarief) + afschrijvingen & amortisatie ± wijziging in werkkapitaal – investeringsuitgaven (Capex).
Ook bekend als unlevered free cash flow.Marktrisico (Market Risk): Ook wel systematisch risico, niet-specifiek risico, niet-diversifieerbaar risico of beta genoemd. Omvat risico’s zoals rentevoeten, conjunctuur, inflatie, wetgeving en sociaaleconomische ontwikkelingen.
Niet-diversifieerbaar risico: Zie marktrisico.
Niet-specifiek risico: Zie marktrisico.
Koers/Boekwaarde (Price to Book): De marktwaarde (beurskapitalisatie) gedeeld door de boekwaarde van het eigen vermogen (exclusief preferente aandelen en minderheidsbelangen).
Koers/Winstverhouding (Price to Earnings): De marktwaarde (beurskapitalisatie) gedeeld door de nettowinst die toekomt aan gewone aandeelhouders.
Risicopremie (Risk Premium): Het extra rendement dat de aandelenmarkt biedt bovenop het rendement van een risicoloze belegging.
Risicoloze rentevoet (Risk-free Rate): Meestal gebaseerd op de rente op overheidsobligaties, hoewel deze niet volledig risicoloos zijn. Toch geldt dit als de best benaderbare risicoloze rentevoet.
Specifiek risico: Zie ondernemingsspecifiek risico.
Systematisch risico: Zie marktrisico.
Niet-systematisch risico: Zie ondernemingsspecifiek risico.
Gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC – Weighted Average Cost of Capital): De gemiddelde kost van kapitaal, gewogen naar het aandeel van elke financieringsbron (zoals vreemd en eigen vermogen) binnen de totale financieringsstructuur.
Schuld
Versnellingsclausule (Acceleration Clause)
Een contractuele bepaling die de kredietgever toelaat om onmiddellijke terugbetaling van het volledige openstaande saldo te eisen of bijkomende waarborgen te vragen bij bepaalde situaties, zoals wanbetaling, faillissement of het schenden van kredietvoorwaarden.Obligatie (Bond)
Een schuldinstrument waarbij een belegger geld uitleent aan een bedrijf of overheid, in ruil voor vaste rente en terugbetaling op een afgesproken termijn.Brugfinanciering (Bridge Financing)
Een kortlopende lening (meestal tot 1 jaar) om tijdelijke liquiditeitsnoden te overbruggen tot er structurele financiering beschikbaar is. Vaak gedekt door een onderpand.Converteerbare schuld (Convertible Debt)
Een schuldinstrument dat kan worden omgezet in een andere waardepapier (meestal aandelen), op initiatief van de emittent en/of houder.Converteerbare obligatie (Convertible Note)
Een specifieke vorm van converteerbare schuld die kan worden omgezet in aandelen, vaak bij een volgende investeringsronde door een institutionele investeerder (zoals een VC).Schuldfinanciering (Debt Financing)
Kapitaal ophalen via leningen of obligaties in plaats van via eigen vermogen.Herschikking van schulden (Debt Refinancing)
Het herstructureren of vervangen van bestaande schulden, bijvoorbeeld door nieuwe leningen met gunstigere voorwaarden of door (gedeeltelijke) aflossing met aandelenkapitaal. Dit kan ook onderhandelingen omvatten over rentevoeten, looptijden of convenanten.Debiteur in bezit (Debtor in Possession)
Een bedrijf dat blijft opereren tijdens een gerechtelijke reorganisatieprocedure (zoals Chapter 11 in de VS), onder toezicht van de rechtbank.Brutoschuld (Gross Debt)
De totale uitstaande rentedragende schuld van een onderneming, inclusief zowel korte- als langetermijnverplichtingen.Achtergestelde schuld (Junior Debt)
Een vorm van schuld die bij insolventie of liquidatie pas wordt terugbetaald nadat senior schuldeisers zijn voldaan. Vaak ongedekt of met lagere rangorde qua zekerheden.Leverage (hefboomwerking)
Het gebruik van schulden om investeringen of bedrijfsactiviteiten te financieren, met als doel het rendement op eigen vermogen te verhogen. Ook wel ‘financiële hefboom’ of ‘gearing’ genoemd.Gedekte schuld (Secured Debt)
Een lening die wordt gedekt door een onderpand, zoals vastgoed of bedrijfsmiddelen. Bij wanbetaling kan de kredietgever het onderpand opeisen.
Dealproces
Wijzigingen in de Raad van Bestuur (Board Seat Changes)
Aangezien de raad van bestuur het beleid van een onderneming bepaalt, kunnen wijzigingen in de samenstelling leiden tot een machtsverschuiving—zelfs zonder overname of fusie. Bestuursleden kunnen vrijwillig worden vervangen voor extra expertise of gedwongen worden verwijderd bij belangenconflicten of gebrek aan onafhankelijkheid.Boekonderzoek (Due Diligence)
Een grondig onderzoek of audit van een potentiële investering of overnamekandidaat. Doel: alle relevante informatie bevestigen vooraleer een deal wordt gesloten. Het is de zorgvuldigheid die een redelijke partij aan de dag legt voor het aangaan van een transactie.Engagementbrief (Engagement Letter)
Een formele brief waarin de revisor of adviseur de opdracht bevestigt. De brief vermeldt het doel, de reikwijdte van de opdracht en de verantwoordelijkheden van beide partijen.Fairness Opinion
Een objectief adviesrapport over de redelijkheid van de overnameprijs bij een fusie of overname. Wordt opgesteld door een onafhankelijke adviseur, vaak een investeringsbank, en gebruikt door aandeelhouders of bestuurders als beslissingsondersteuning.Integratie (Integration)
Het samenvoegen van bedrijfsactiviteiten na een overname, vaak met als doel efficiënter te opereren. Dit kan zowel verticale integratie zijn (verschillende stappen in de productieketen) als horizontale integratie (gelijke activiteiten).Juridisch Advies (Legal Opinion)
Een formeel juridisch standpunt van een advocaat of rechtbank over de interpretatie van wetten of contracten. In de context van overnames vaak vereist om transactierisico’s in te schatten.Intentieverklaring (Letter of Intent – LOI)
Een niet-bindende brief waarin een partij haar intentie tot samenwerking of overname uitdrukt, onder bepaalde voorwaarden. Dient als basis voor verdere onderhandelingen en due diligence.Aandelenkoopovereenkomst (Stock Purchase Agreement – SPA)
Een juridisch contract tussen koper en verkoper van aandelen waarin het aantal, de prijs en betalingsvoorwaarden van de aandelenoverdracht worden vastgelegd.Openbaar Overnamebod (Tender Offer)
Een formeel aanbod aan de aandeelhouders van een beursgenoteerd bedrijf om aandelen te verkopen, vaak aan een premie. Dit is een manier om zeggenschap te verkrijgen, los van het management. Komt zelden voor bij private bedrijven.Term Sheet
Een niet-bindend document dat de belangrijkste voorwaarden van een toekomstige transactie samenvat, zoals waardering, participatie, stemrechten en tijdslijn. De term sheet vormt vaak de basis voor verdere contractuele onderhandelingen (zoals SPA of LOI).
Dealvoorwaarden
Anti-verwateringsbescherming (Anti-dilution Protection)
Een bescherming voor investeerders wanneer nieuwe aandelen worden uitgegeven aan een lagere prijs dan waarvoor zij eerder instapten. Komt vaak voor bij preferente aandelen (bv. bij VC’s), en voorkomt verwatering van hun belang.Beëindigingsvergoeding (Break-up Fee)
Een vergoeding (vaak 1-3% van de dealwaarde) die de verkoper betaalt aan een kandidaat-koper wanneer de deal niet doorgaat, ter compensatie van tijd en kosten.Controlewijziging (Change of Control)
Een wijziging in de eigendomsstructuur van meer dan 50% van een onderneming, meestal als gevolg van een fusie of overname.Co-sale recht (Co-sale)
Recht van minderheidsaandeelhouders om hun aandelen mee te verkopen wanneer een meerderheidsaandeelhouder zijn belang verkoopt. Beschermt de kleinere aandeelhouder in VC-structuren.Voorwaardelijke betaling (Contingency Payment / Earnout)
Een deel van de overnameprijs dat pas wordt uitbetaald wanneer de verkoper bepaalde vooraf afgesproken doelstellingen behaalt (bv. omzet of winst).Covenant (Verbintenis)
Een contractuele afspraak waarin de onderneming belooft bepaalde zaken wel of niet te doen, zoals het handhaven van bepaalde financiële ratio’s of beperkingen op dividenduitkeringen.Double Trigger Acceleratie
Versnelling van het vestingschema van aandelenopties of RSU’s wanneer twee gebeurtenissen plaatsvinden, bv. overname + ontslag zonder geldige reden.Drag Along-recht
Recht van een meerderheidsaandeelhouder om minderheidsaandeelhouders te verplichten mee te verkopen onder dezelfde voorwaarden bij een overname.Earnout
Zie Voorwaardelijke betaling.Full Ratchet
Een vorm van anti-verwatering waarbij bij een nieuwe kapitaalronde aan lagere waardering, de conversieprijs van bestaande investeerders volledig wordt aangepast naar de nieuwe lagere prijs.Generatiewissel (Generational Changes)
Een controlewijziging binnen een privébedrijf zonder overname, bijvoorbeeld door overdracht bij overlijden aan de volgende generatie.Go-shop clausule
Een bepaling waarbij het doelbedrijf na een eerste bod nog andere bieders mag zoeken gedurende een bepaalde periode, meestal 30-60 dagen.Schadevergoeding / Vrijwaring (Indemnification / Indemnity)
Overeenkomst tussen partijen waarbij één partij de andere compenseert voor verliezen of claims die voortkomen uit de deal.Informatieverstrekkingsrecht (Information Rights)
Het recht van investeerders om regelmatig financiële en operationele informatie van het bedrijf te ontvangen.Octrooioverdracht (Invention Assignment)
Een contract waarin een werknemer erkent dat alle intellectuele eigendom die hij ontwikkelt tijdens zijn dienstverband toebehoort aan het bedrijf.Investor Rights Agreement
Een overeenkomst waarin de rechten van een investeerder (meestal VC) worden vastgelegd, zoals: bestuurszetels, informatierechten, recht op deelname aan IPO, voorkooprecht, co-sale.IPO-deelnamerechten (IPO Participation Rights)
Recht voor bestaande investeerders om mee te investeren in de IPO van het bedrijf onder dezelfde voorwaarden als nieuwe investeerders.Liquidatiepreferentie (Liquidation Preference)
Een bepaling die bepaalt dat investeerders (bv. VC’s) hun investering (soms 2-3x) eerst terugkrijgen bij verkoop of liquidatie vóór andere aandeelhouders iets ontvangen.Lock-up periode
Periode na een beursintroductie waarin aandeelhouders hun aandelen niet mogen verkopen, om koersstabiliteit te garanderen.No-shop clausule
Clausule die het doelbedrijf verbiedt om met andere partijen te onderhandelen zolang exclusieve onderhandelingen met de huidige koper lopen.Non-concurrentiebeding (Non-compete Clause)
Verbod voor (ex-)werknemers of oprichters om in concurrentie te treden met het bedrijf na vertrek.Non-solicit clausule (Non-solicitation)
Verbod voor (ex-)werknemers om collega’s of klanten van hun vorige werkgever actief te benaderen of weg te halen.Pro rata
Gelijke verdeling in verhouding tot het eigendom. Bijvoorbeeld: recht om pro rata deel te nemen aan nieuwe financieringsrondes om je percentagebelang te behouden.Voorkooprecht (Right of First Refusal – ROFR)
Bepaalt dat bestaande aandeelhouders het recht hebben om eerst aandelen te kopen die een andere aandeelhouder wil verkopen, vóór externe partijen mogen kopen.Aandeelhoudersovereenkomst (Shareholders Agreement)
Overeenkomst die de rechten en verplichtingen van aandeelhouders regelt, zoals overdracht van aandelen, voorkooprechten, stemrechten, uittreedmogelijkheden.Single Trigger Acceleratie
Versnelling van het vestingschema van aandelen of opties na één specifieke gebeurtenis, zoals een overname.Technologieoverdracht (Technology Transfer Agreement)
Een overeenkomst waarin rechten op het gebruik, eigendom of de productie van technologie worden overgedragen aan een andere partij.
Entiteiten
Gekwalificeerde belegger (Accredited Investor)
Een belegger die financieel onderlegd is en minder wettelijke bescherming nodig heeft. Startups en private bedrijven halen vaak kapitaal op bij deze groep vanwege minder administratieve verplichtingen en transparantievereisten.Corporate Venture Capital (Corporate VC)
Kapitaal dat door bedrijven wordt geïnvesteerd in startups met groeipotentieel. Belangrijke financieringsbron voor jonge bedrijven die geen toegang hebben tot de kapitaalmarkten.Financiële kopers (Financial Buyers)
Investeerders zoals private equityfirma’s, durfkapitalisten, hedgefondsen, family offices en vermogende particulieren. Ze investeren in bedrijven met groeipotentieel om later via een exit (verkoop of beursgang) rendement te realiseren.Holdingmaatschappij (Holding Company)
Een moederbedrijf dat via stemgerechtigde aandelen controle uitoefent op een ander bedrijf. Het beheert de strategie en het beleid, zonder noodzakelijkerwijs operationele activiteiten.Institutionele belegger (Institutional Investor)
Een organisatie die grote bedragen in effecten handelt, zoals pensioenfondsen, verzekeraars of vermogensbeheerders. Ze vallen onder minder strikte regelgeving door hun expertise en schaalvoordelen.Beleggingsadviseur (Investment Advisor)
Een persoon of firma die tegen vergoeding beleggingsadvies of -analyses aanbiedt. Bij voldoende beheerd vermogen kan men geregistreerd zijn als RIA (Registered Investment Advisor).NewCo
Een tijdelijke naam voor de nieuwe vennootschap die ontstaat uit een fusie of overname. Wordt vaak gebruikt in juridische documenten tijdens het M&A-proces.OldCo
De oorspronkelijke vennootschap die wordt overgenomen in een fusie- of overnametransactie. OldCo verdwijnt na integratie in de nieuwe entiteit (NewCo of de overnemer).Privébedrijf (Private Company)
Een onderneming die geen beursgenoteerde aandelen heeft en dus niet verplicht is tot publieke rapportering. Aandelen zijn in handen van oprichters, medewerkers of private investeerders.SPAC (Special Purpose Acquisition Company)
Een lege beurshuls die kapitaal ophaalt via een IPO met als doel een bestaand bedrijf over te nemen. Wordt ook wel een “blank check company” genoemd.Aandeelhouders (Stockholders)
Een persoon, onderneming of juridische entiteit die aandelen bezit in een vennootschap en dus mede-eigenaar is.Strategische kopers (Strategic Buyers)
Kopers die bedrijven zoeken met complementaire of concurrerende producten of diensten. Doel is vaak synergie, schaalvoordelen of diversificatie van inkomsten.Overblijvende vennootschap (Surviving Corporation)
De vennootschap die na een fusie of overname verder blijft bestaan en de activa en operaties van de doelonderneming overneemt. Dit kan een bestaande of nieuw opgerichte entiteit zijn.Durfkapitaal (Venture Capital)
Kapitaal dat wordt verstrekt aan jonge, snelgroeiende bedrijven met een hoog risico maar ook een groot potentieel rendement.
Equity
Cap Table (Capitalisatietabel)
Een overzicht van alle uitgegeven effecten (zoals aandelen, opties, warrants) van een onderneming, met de bijhorende eigendomsverhoudingen, verwateringseffecten en conversiepercentages.Gewoon Aandeel (Common Stock)
Een effect dat eigendom in een vennootschap vertegenwoordigt. Gewone aandeelhouders hebben stemrecht en kiezen bestuurders, maar staan onderaan in de rangorde bij dividenden of liquidatie.Converteerbaar Preferent Aandeel (Convertible Preferred Stock)
Een preferent aandeel dat kan worden omgezet in gewone aandelen, meestal op verzoek van de houder. Soms kan de onderneming de conversie afdwingen. De waarde is verbonden aan de prestatie van de gewone aandelen.Cumulatief Preferent Aandeel (Cumulative Stock)
Een aandeel dat recht geeft op alle achterstallige dividenden vóór andere aandeelhouders (zoals gewone aandeelhouders) iets ontvangen. Veelvoorkomend bij VC-structuren.Dividend-Recapitalisatie (Dividend Recapitalization)
Een herstructurering waarbij een onderneming schuld aangaat om een groot cashdividend uit te keren aan aandeelhouders. Dit verandert de kapitaalstructuur aanzienlijk, bv. van schuldenvrij naar zwaar gefinancierd.Equity Carve-Out
Een gedeeltelijke beursgang van een dochteronderneming, waarbij het moederbedrijf de meerderheid (vaak >80%) behoudt. Hierdoor blijven spin-offs fiscaal voordelig mogelijk.Aandelenfinanciering (Equity Financing)
Kapitaal dat wordt ingebracht door de eigenaars van het bedrijf of externe investeerders, in ruil voor een eigendomsaandeel.Equity Multiple (Aandelenmultiple)
Een waarderingsratio voor het eigen vermogen van een onderneming, bv. de koers-winstverhouding (P/E). Wordt gebruikt om de waarde van het aandelenbelang te bepalen.Op Volledig Verwaterde Basis (Fully-Diluted Basis)
Het totaal aantal aandelen dat uitstaat indien alle converteerbare effecten (opties, warrants, converteerbare leningen) worden uitgeoefend. Belangrijk voor het berekenen van verwaterde winst per aandeel.Uitgegeven Aandelen (Issued Shares)
Het aantal aandelen dat effectief is uitgegeven en in handen is van aandeelhouders, ongeacht of dit oprichters, institutionele beleggers of het publiek zijn.Participerende Dividenden (Participating Dividends)
Een type preferent aandeel dat bovenop het vaste dividend recht geeft op bijkomende dividenden, meestal enkel als het dividend voor gewone aandeelhouders een bepaald bedrag overschrijdt.Preferente Aandelen (Preferred Stock)
Aandelen die voorrang hebben op gewone aandelen bij dividenduitkeringen en liquidatie. Ze combineren eigenschappen van aandelen én obligaties (zoals vaste uitkering en beperkte zeggenschap).Restricted Stock Purchase Agreement
Een juridisch document dat de aankoop van aandelen regelt, inclusief prijs, aantal en restricties (zoals vesting-schema’s die bepalen wanneer de aandelen volledig verworven zijn).Tranche
Een deel van een investeringsronde of gestructureerd effect, met eigen risicoprofiel, voorwaarden en looptijd. Wordt vaak gebruikt in staged investments of bij complexe financieringsstructuren.
Financiële begrippen
Accretie-/Verwateringsanalyse (Accretion/Dilution Analysis)
Analyse van het effect van een transactie op de winst per aandeel (EPS). Als EPS stijgt, is de deal accretive; als EPS daalt, is de deal dilutive.Burn Rate
Het tempo waarmee een (jonge) onderneming kapitaal verbruikt vóór er positieve operationele kasstromen zijn. Het meet het negatieve cashflowverloop.Rente-op-rente effect (Compounding)
Het vermogen van een actief om opbrengsten te genereren die opnieuw worden geïnvesteerd en op hun beurt extra opbrengsten genereren (rente op rente).Contant maken (Discounting)
Het berekenen van de huidige waarde (contante waarde) van toekomstige kasstromen op basis van een disconteringsvoet.Dividend
Een deel van de nettowinst dat door een onderneming wordt uitgekeerd aan aandeelhouders.EBIT (Earnings Before Interest and Taxes)
Winst vóór rente en belastingen. Ook wel operationeel resultaat genoemd.EBITDA
Winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Populaire maatstaf voor operationele cashflow.Ondernemingswaarde (Enterprise Value / EV)
De totale marktwaarde van een onderneming: eigen vermogen + netto schuld + preferente aandelen + minderheidsbelangen. Toont wat het kost om een bedrijf volledig over te nemen.Entiteitswaarde (Entity Value)
Zie Ondernemingswaarde (Enterprise Value).Eigen vermogen totaal (Equity Total)
Activa min passiva. Ook wel boekwaarde van het eigen vermogen of nettoactiefwaarde genoemd.Vrije kasstroom (Free Cash Flow / FCF)
De kasstroom die overblijft na investeringen in activa en werkkapitaal. Belangrijk voor waarderingen en investeringsbeslissingen.Minimaal vereist rendement (Hurdle Rate)
Het minimumrendement dat een investeerder eist voordat hij in een project of onderneming investeert.Interne opbrengstvoet (IRR – Internal Rate of Return)
Het disconteringspercentage waarbij de netto contante waarde (NCW) van een investering gelijk is aan nul. Hoe hoger de IRR, hoe aantrekkelijker het project.Netto schuld (Net Debt)
Brutoschuld min liquide middelen en verhandelbare effecten. Toont het werkelijke schuldniveau van een onderneming.Nettoresultaat (Net Income)
De totale winst van een onderneming na aftrek van alle kosten, belastingen, rente en afschrijvingen. Wordt gebruikt voor berekening van winst per aandeel.Netto operationeel resultaat na belasting (NOPAT / NOPLAT)
EBIT × (1 – effectieve belastingvoet). Meet de operationele winst voor alle vermogensverschaffers, na belastingen.Netto contante waarde (NCW / Net Present Value)
De som van de contante waarden van toekomstige kasstromen. Belangrijk voor investeringsanalyses en waardering.Niet-operationele activa (Non-operating Assets)
Activa die niet essentieel zijn voor de kernactiviteiten, maar wel waarde of inkomsten kunnen genereren (bv. overtollig vastgoed, beleggingen).Genormaliseerde winst (Normalized Earnings)
De winst gecorrigeerd voor uitzonderlijke of eenmalige posten (bv. herstructureringskosten, verkoop van activa) om een representatief beeld te geven van de duurzame prestaties.
Fundraising
Analyse van de kapitaalstructuur (Capital Structure Analysis)
Bij herstructureringen is de hefboomwerking (leverage) een belangrijke factor. Extra schulden kunnen worden aangegaan om overnames af te weren, speciale dividenden uit te keren, aandelen in te kopen of de kapitaalstructuur te optimaliseren. Bij een desinvestering moet zowel de hefboom van de moedermaatschappij als van de af te splitsen entiteit in kaart worden gebracht.Opvolgfinanciering (Follow-on Financing)
Een nieuwe private equity- of durfkapitaalfonds dat wordt opgericht na de investeringsperiode van een eerder fonds. Dit laat investeerders toe om door te investeren in latere groeifases.Friends and Family-round
Een vroege financieringsronde waarin een start-up kapitaal ophaalt bij familie en vrienden. Vaak de eerste stap in seed funding, nog vóór formele investeerders betrokken worden.Hercapitalisatie (Recapitalization)
Een wijziging in de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. Dit gebeurt door bv. extra schulden aan te gaan of aandelen in te kopen. Doel: de eigendomsstructuur wijzigen, de kapitaalstructuur stabiliseren of de aandelenkoers ondersteunen. Wordt ook gebruikt als verdedigingsmechanisme tegen vijandige overnames.
Waarderingsinput
Alpha
Zie ondernemingsspecifiek risico.Beta
Een maatstaf voor systematisch risico: de mate waarin de koers van een aandeel meebeweegt met een specifieke beursindex.Capital Asset Pricing Model (CAPM)
Het meest gebruikte model om het verwachte rendement op eigen vermogen (cost of equity) te berekenen op basis van marktrisico en risicovrije rente.Covariantie
Een statistische maatstaf die de mate van samenhang tussen twee variabelen over eenzelfde periode uitdrukt. Belangrijk bij het berekenen van risico in portefeuilles.Disconteringsvoet (Discount Rate)
Het percentage dat wordt gebruikt om de contante waarde van toekomstige kasstromen te berekenen.Diversifieerbaar risico (Diversifiable Risk)
Zie ondernemingsspecifiek risico.EV/EBIT
Een waarderingsmultiple: ondernemingswaarde (Enterprise Value) gedeeld door winst vóór rente en belastingen (EBIT).EV/EBITDA
Ondernemingswaarde gedeeld door winst vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Populair bij waardering van kapitaalintensieve bedrijven.EV/Omzet (EV/Sales)
Ondernemingswaarde gedeeld door omzet. Gebruikt bij bedrijven die nog geen winst genereren, zoals start-ups of groeibedrijven.Ondernemingsspecifiek risico (Firm-specific Risk)
Ook wel niet-systematisch risico, specifiek risico, diversifieerbaar risico of alpha. Omvat risico’s verbonden aan management, projecten, producten, bedrijfsvoering en winstmarges van één specifieke onderneming.Vrije kasstromen naar eigen vermogen (Free Cash Flows to Equity)
Kasstromen die beschikbaar zijn voor aandeelhouders, berekend als:
FCF to the Firm – Rente × (1 – belastingtarief)
(indien de netto-schuldpositie gelijk blijft).Vrije kasstromen naar de onderneming (Free Cash Flows to the Firm)
Kasstromen beschikbaar voor alle vermogensverschaffers (aandeelhouders én schuldeisers).
Formule:
EBIT × (1 – belastingtarief) + afschrijvingen en amortisatie ± wijziging in werkkapitaal – investeringsuitgaven (Capex)
Ook wel unlevered free cash flow genoemd.Marktrisico (Market Risk)
Ook systematisch risico, niet-specifiek risico, niet-diversifieerbaar risico of beta genoemd. Heeft betrekking op macro-economische risico’s zoals rentevoeten, conjunctuur, inflatie, wetgeving en geopolitiek.Niet-diversifieerbaar risico
Zie marktrisico.Niet-specifiek risico
Zie marktrisico.Koers/Boekwaarde (Price to Book)
Marktkapitalisatie gedeeld door de boekwaarde van het eigen vermogen (excl. preferente aandelen en minderheidsbelangen).Koers/Winstverhouding (Price to Earnings – P/E)
Marktkapitalisatie gedeeld door de nettowinst toewijsbaar aan gewone aandeelhouders. Wordt vaak gebruikt als indicator voor waardering t.o.v. winst.Risicopremie (Risk Premium)
Het extra rendement dat beleggers verwachten bovenop het risicovrije rendement, als compensatie voor het nemen van marktrisico.Risicovrije rentevoet (Risk-free Rate)
Meestal gebaseerd op het rendement op overheidsobligaties. Hoewel deze niet volledig risicoloos zijn, gelden ze als referentie voor een theoretisch risicoloos rendement.Specifiek risico (Specific Risk)
Zie ondernemingsspecifiek risico.Systematisch risico (Systematic Risk)
Zie marktrisico.Niet-systematisch risico (Unsystematic Risk)
Zie ondernemingsspecifiek risico.Gewogen gemiddelde kapitaalkost (WACC – Weighted Average Cost of Capital)
Het gemiddelde rendement dat een onderneming moet bieden op haar totale financiering (eigen en vreemd vermogen), gewogen volgens de proportie van elke component in de kapitaalstructuur.
Waarderingstermen
APV-methode (Adjusted Present Value)
Een multivariabel model om de kost van eigen vermogen te schatten, waarbij meerdere systematische risicofactoren in rekening worden gebracht.Boekwaarde (Book Value)
De nettoactiefwaarde van een onderneming: totale activa min immateriële activa (zoals patenten en goodwill) en schulden.Break-up Valuation
Een waarderingstechniek waarbij een bedrijf wordt opgesplitst in afzonderlijke onderdelen, vaak gebruikt bij desinvesteringen of herstructureringen.Comparable Company Analysis (Comps)
Vergelijkende analyse op basis van beursgenoteerde ondernemingen met gelijkaardige kenmerken. Gebruikt om waarderingsmultiples (zoals EV/EBITDA) toe te passen op het doelbedrijf.Comparable Transaction Analysis
Analyse van eerdere vergelijkbare overnames (deal comps), waarbij de multiples van die transacties worden gebruikt om de waarde van een doelbedrijf te bepalen.Deal Comparables (Deal Comps)
Vergelijkbare M&A-transacties die gebruikt worden als referentiepunt om een lopende transactie te waarderen.Discounted Cash Flow (DCF) Methode
Waarderingsmethode waarbij de toekomstige kasstromen van een onderneming worden geprojecteerd en contant gemaakt aan de hand van een disconteringsvoet. De som van de contante waarden is de ondernemingswaarde.Down Round
Een financieringsronde waarbij aandelen worden uitgegeven aan een lagere waardering dan in een vorige ronde. Kan duiden op waardeverlies of herwaardering.Enterprise Value Multiples
Waarderingsratio’s zoals EV/EBITDA of EV/EBIT, die de totale ondernemingswaarde relateren aan financiële prestaties. Inclusief schulden en dus nuttig voor overnameperspectieven.Aandelenwaarde (Equity Value)
De waarde die toekomt aan aandeelhouders: ondernemingswaarde + cash en beleggingen – schulden – minderheidsbelangen.Firm Value
Zie Enterprise Value.Flat Round
Een financieringsronde waarbij de waardering gelijk blijft aan die van de vorige investeringsronde.Liquidatiewaarde (Liquidation Value)
De geschatte waarde die zou worden gerealiseerd als de activa van een onderneming afzonderlijk worden verkocht bij stopzetting.Marktkapitalisatie (Market Cap)
Waarde van een beursgenoteerd bedrijf: het aantal uitstaande aandelen × de beurskoers. Geeft geen volledig beeld van de waarde (bv. zonder schulden of cash).Waardering op basis van multiples (Multiples Valuation Approach)
Waarderingsmethode gebaseerd op de veronderstelling dat vergelijkbare bedrijven tegen vergelijkbare ratios verhandelen, bv. EV/EBITDA, P/E, enz.Post-money waardering
De waardering van een onderneming ná een kapitaalronde: pre-money waardering + het geïnvesteerde bedrag.Pre-money waardering
De waardering van een onderneming vóór een nieuwe investering. Wordt gebruikt om de prijs per aandeel in een financieringsronde te bepalen.Precedent Transaction Analysis
Waarderingsmethode gebaseerd op multiples van eerdere overnames in dezelfde sector, toegepast op de financiële cijfers van het doelbedrijf.Waardering van private ondernemingen (Private Company Valuation)
Het bepalen van de waarde van een niet-beursgenoteerde onderneming. Essentieel voor overnames, herstructureringen of het aantrekken van investeerders.Waarderingsmethoden voor private bedrijven (Private Company Valuation Techniques)
Private bedrijven zijn vaak minder transparant, wat alternatieve waarderingstechnieken vereist zoals investeringswaarde, vervangingswaarde of kapitalisatie van winst.Trading Multiples Analysis
Analyse gebaseerd op beursgenoteerde bedrijven, waarbij waarderingsmultiples (zoals EV/EBITDA of P/E) worden gebruikt om een niet-genoteerde onderneming te waarderen. Geen rekening met controlepremies of synergie.Waardering (Valuation)
Het bepalen van de waarde van een bedrijf of actief, via technieken zoals DCF, multiples, boekwaarde, marktanalyse of scenarioplanning.Waarderingsmethodologieën (Valuation Methodologies)
Combinatie van technieken om tot een correcte waardering te komen. Bij private bedrijven zijn vaak aanpassingen nodig voor kapitaalstructuur, earnings quality of activa.Private vs. Public Company Valuation
De waardering van private bedrijven gebeurt doorgaans met een afslag (discount) t.o.v. beursgenoteerde bedrijven, vanwege lagere liquiditeit, transparantie en schaalgrootte.
Beleggingsbeheer
Kapitaaloproep (Capital Call)
Een juridisch recht van een investeringsfonds (zoals private equity of verzekeringsmaatschappij) om een deel van het toegezegde kapitaal bij investeerders op te vragen. Ook wel drawdown genoemd.Carried Interest
Een winstdelingsmechanisme waarbij de beheerders (general partners) van een fonds een deel van de gerealiseerde winst ontvangen, ondanks dat ze zelf geen of beperkt kapitaal hebben ingebracht. Bedoeld als incentive om het rendement van het fonds te maximaliseren.Drawdown (Koersdaling / Opvraging)
1. In de context van fondsenbeheer: een opvraging van eerder toegezegd kapitaal (= capital call).
2. In de context van rendement: het verschil tussen de hoogste en laagste waarde van een belegging binnen een bepaalde periode, uitgedrukt als percentageverlies vanaf de piek.Hedgefonds (Hedge Fund)
Een beleggingsfonds dat gebruikmaakt van hefboomwerking (leverage) en complexe strategieën om rendement te behalen uit prijsfluctuaties in financiële markten. Vaak enkel toegankelijk voor gekwalificeerde of professionele beleggers.Private Equity
Een vorm van investeren waarbij kapitaal wordt ingebracht in niet-beursgenoteerde bedrijven, of in beursgenoteerde bedrijven met het doel deze van de beurs te halen. Private equity omvat investeerders, fondsen en participaties met focus op waardecreatie, vaak via buyouts, groeikapitaal of herstructurering.
Meer lezen?
Ontdek onze verdiepende pagina’s en artikelen:
Waarderingsmethodologieën – een overzicht van de meest gebruikte methodes en hun toepassingen.
Waarderingsexpertise – hoe wij onze ervaring inzetten om een realistische waarde te bepalen.
Waarderingsformules – de belangrijkste berekeningen uitgelegd.
Waarderingen van beursgenoteerde ondernemingen – inzichten en benchmarks uit de markt.
Waardering privébedrijf – checklist – praktische stappen om de waarde van jouw bedrijf in kaart te brengen.